Home / Inzichten / Waarom kleine bedrijven geen AI gebruiken: de cijfers
Inzichten

Waarom kleine bedrijven geen AI gebruiken: de cijfers

Vat samen met AI Prompt gekopieerd. Plak hem in de chat

Van de Nederlandse microbedrijven die in 2025 AI overwogen en er toch van afzagen, noemde 71,6 procent gebrek aan ervaring. De kosten stonden onderaan met 20,3 procent, en dat daalt al sinds 2023. Heeft u twee tot tien mensen in dienst, dan is de prijs vrijwel zeker niet wat u tegenhoudt. Wel dat niemand u heeft verteld waar u het op moet richten.

Hoeveel kleine Nederlandse bedrijven gebruiken eigenlijk AI?

Op 16 maart 2026 publiceerde het CBS een rapportage over AI-gebruik door Nederlandse microbedrijven met 2 tot 9 werkzame personen, over 2023 tot en met 2025. Zeldzame statistiek, en waaróm die zeldzaam is doet er zo meteen toe.

In 2025 gebruikte 13,8 procent van die bedrijven minstens één van zeven uitgevraagde AI-technologieën. In 2024 was dat 10,6 procent en in 2023 6,8 procent, dus het gebruik is in twee jaar ongeveer verdubbeld. Ter vergelijking: 29,8 procent van de bedrijven met 10 tot 249 werkzame personen gebruikte AI, en 66,2 procent van de bedrijven met 250 of meer. Binnen de microgroep zelf loopt het ook flink op: 11,6 procent bij twee werkzame personen, 14,1 procent bij drie of vier, 19,0 procent bij vijf tot negen.

Wat ze gebruiken is smaller dan het woord AI doet vermoeden. Text mining voorop met 9,8 procent, natural language generation 6,5 procent, spraakherkenning 4,4, machine learning 2,6. Autonome robots en voertuigen bleven op 0,5 procent steken. Lezen en schrijven, geen machines die bewegen.

De verschillen tussen bedrijfstakken zijn enorm. Informatie en communicatie kwam op 50,4 procent, specialistische zakelijke dienstverlening 27,1, financiële dienstverlening 19,0, gezondheid en welzijn 13,7, industrie 10,9, handel 9,0, bouwnijverheid 4,6, horeca 4,2, vervoer en opslag 3,6. Eén op de twee tegen één op de achtentwintig, dezelfde grootteklasse, hetzelfde jaar.

Waarom gaan de gangbare AI-cijfers niet over uw bedrijf?

Omdat de meeste u niet kunnen zien. De cijfers die iedereen aanhaalt over Europese AI-adoptie komen uit de EU-enquête over ICT-gebruik bij bedrijven, en in de methodologische toelichting staat onomwonden dat die gaat over bedrijven met minstens 10 werkzame personen. Dat is de bron achter de kop dat 20,0 procent van de EU-bedrijven in 2025 AI gebruikte, tegen 13,5 procent in 2024.

Het CBS maakt die blinde vlek expliciet: het aantal Nederlandse bedrijven met 2 tot 10 werkzame personen is ongeveer vijf keer groter dan het aantal met 10 of meer. De meeste Nederlandse bedrijven worden geadviseerd op basis van een enquête die pas boven hen begint, en dat geldt ook voor ons eigen overzicht van AI-adoptie in het Nederlandse mkb. Leest u dat "het mkb al massaal AI gebruikt", kijk dan welk mkb geteld is.

Het rapport Wennink van december 2025 noemt digitalisering en AI als een van vier pijlers onder toekomstige welvaart, en stelt dat massale toepassing van AI in bedrijven een structurele productiviteitsverbetering kan opleveren die anders buiten bereik blijft. De conclusie van het CBS bij de eigen cijfers is nuchterder: die massale toepassing lijkt vooralsnog vooral werkelijkheid onder de grotere bedrijven.

Wat houdt een klein bedrijf dat AI heeft overwogen tegen?

Dit is het deel van de CBS-rapportage waar voor bedrijven van deze omvang nergens anders een equivalent van bestaat. De lijst hieronder gaat over bedrijven met 2 tot 9 werkzame personen die in 2025 geen AI gebruikten maar het wel hadden overwogen. Die rangschikt waarom de bedrijven die gekeken hebben zijn weggelopen, niet waarom alle niet-gebruikers afhaken.

  • Gebrek aan ervaring 71,6 procent, tegen 56,5 procent in 2023
  • Privacy 48,8 procent, tegen 34,1 procent
  • Juridische gevolgen 42,7 procent, tegen 35,1 procent
  • Moeilijk beschikbaar 37,6 procent, tegen 21,4 procent
  • Incompatibiliteit met bestaande systemen 32,2 procent, tegen 24,2 procent
  • Ethische bezwaren 21,0 procent, tegen 19,6 procent
  • Kosten te hoog 20,3 procent, gedaald van 30,9 procent
  • Niet nuttig 16,9 procent, gedaald van 21,1 procent

Zes van de acht redenen stegen in twee jaar. De twee die daalden zijn de enige twee die neerkomen op een zakelijk oordeel: het kost te veel, en het helpt ons niet. Kleine bedrijven concluderen dus niet dat AI onbetaalbaar of zinloos is, maar dat ze niet weten hoe, hun gegevens er niet aan durven toevertrouwen, en het niet passend krijgen. Drie problemen, en maar één ervan gaat over techniek.

Twee kanttekeningen. De cijfers over 2025 zijn voorlopig en kennen brede marges: gebrek aan ervaring staat op 71,6 procent, met een 95%-betrouwbaarheidsinterval van 65,9 tot 76,7. En de basis bestaat uit bedrijven die AI overwogen, een zichzelf selecterende groep. Geen van beide raakt de richting, die over alle drie de jaren consistent is.

Waarom zijn de kosten niet langer de drempel?

Pull quote from Crux Digits: Prijs is niet meer wat een bedrijf van twee mensen tegenhoudt. Niet weten waar je het op richt, wel.

Leg die lijst naast een tweede CBS-tabel en er verschijnt een verklaring. Hoofdstuk 5 legt vast hoe microbedrijven hun AI hebben verkregen, en de verschuiving tussen 2023 en 2025 is scherp:

  • Commerciële software direct gebruikt: 49,0 procent in 2023, 48,2 procent in 2025. Vlak.
  • Open source aangepast door eigen mensen: van 29,5 naar 18,0 procent.
  • Externe leveranciers ingehuurd voor bouw of aanpassing: van 23,5 naar 12,4 procent.
  • Zelf ontwikkeld door eigen werknemers: van 19,8 naar 10,1 procent.
  • Commerciële software aangepast door eigen mensen: van 18,5 naar 16,1 procent.

Gelezen als aandeel van de AI-gebruikers verliest elke bouwroute terrein. Maar het AI-gebruik zelf verdubbelde in die jaren, dus dit zijn punten uit een grotere taart. Vermenigvuldig elk aandeel met de adoptiegraad en u krijgt het aandeel van álle microbedrijven per route: de twee die een ontwikkeltraject betekenen, ingehuurd of in eigen huis, liggen vlak. Een externe leverancier inhuren ging van ruwweg 1,6 naar 1,7 procent en zelf bouwen van 1,3 naar 1,4, terwijl direct commerciële software gebruiken van 3,3 naar 6,6 ging. Niets kromp. Twee derde van de groei kwam door de ene deur waarvoor niemand code hoeft te schrijven, en dat patroon wordt sterker naarmate bedrijven kleiner zijn: 19,2 procent van de bedrijven met 5 tot 9 werkzame personen huurde een externe leverancier in, tegenover 6,2 procent van de bedrijven met twee.

Onze lezing, en het CBS publiceert de twee tabellen zonder ze aan elkaar te knopen, is dat de manier van verkrijgen de drempelmix verklaart. Zit AI al aangezet in uw bestaande pakket, dan is de extra prijs vrijwel nul en verdwijnt "te duur" als bezwaar. Maar dezelfde keuze creëert de bezwaren die het hardst stegen. "Moeilijk beschikbaar" en "past niet bij onze systemen" is wat u overhoudt als de enige route is wat uw leverancier toevallig heeft uitgebracht. Een meegeleverde functie laat zich niet passend maken voor een proces waarvoor zij niet is ontworpen. U kunt alleen op de roadmap wachten.

Welk bezwaar komt u in uw sector het eerst tegen?

De drempelmix is niet overal gelijk, en de uitsplitsing naar bedrijfstak is de bruikbaarste tabel uit de rapportage, al zijn de intervallen breed genoeg om de volgorde binnen een sector als indicatief te lezen. Gebrek aan ervaring staat in élke uitgesplitste bedrijfstak bovenaan, dus de bruikbare vraag is welk bezwaar er ongewoon dicht achter zit.

  • Handel: gebrek aan ervaring domineert met 79,5 procent, privacy 42,9, juridisch 40,8.
  • Gezondheid en welzijn: ervaring staat ook hier voorop met 71,1 procent, maar privacy zit er met 60,6 ongewoon dicht achter en juridische gevolgen met 56,4.
  • Industrie: gebrek aan ervaring 75,1 procent, en met 25,2 de laagste privacyzorg van de zes uitgesplitste sectoren.
  • Informatie en communicatie: de laagste ervaringsdrempel met 58,2 procent, met privacy er vlak achter op 57,6.
  • Specialistische zakelijke dienstverlening: ervaring 59,1 procent, privacy 49,7, moeilijk beschikbaar 37,7.

Lees dat als een volgorde-instructie, niet als een statistiek. Een groothandel van drie mensen die vooral kennis mist, besteedt de eerste maand aan een begeleide proef op één proces: het snelste medicijn tegen onervarenheid is een klein beetje echte ervaring. Een zorgpraktijk waar privacy en juridische blootstelling bijna gelijk opgaan met onervarenheid, besteedt die maand aan de dataclassificatie en de verwerkersovereenkomst, vóór er één tool wordt geopend. Dezelfde techniek, de omgekeerde eerste stap.

Is "wij missen de ervaring" een reden om te stoppen?

Van de acht redenen die het CBS vastlegt is er precies één een besluit: "niet nuttig", op 16,9 procent en dalend. Dat is een bedrijf dat naar het werk keek en concludeerde dat het middel het probleem niet raakt. Daar valt niets te repareren; het klopt vaker dan leveranciers toegeven.

De andere zeven beschrijven een positie, geen conclusie over AI. Privacy en juridische blootstelling zijn scope- en contractvragen met bekende antwoorden. Incompatibiliteit is een integratievraag. Gebrek aan ervaring is een vraag over aan wie u het vraagt, en die wordt het vaakst verkeerd beantwoord. Het standaardantwoord is training, wat mensen oplevert die een nette prompt schrijven maar niet kunnen zeggen welk proces het automatiseren waard is. Twee vaardigheden, en de tweede is het gat waar projecten echt op stranden.

Er is ook een regelgevende reden dat deze drempel aandacht krijgt. Verordening (EU) 2026/1744, in werking sinds 27 juli 2026, heeft artikel 4 van de AI-verordening herschreven. Waar het eerder van aanbieders en gebruiksverantwoordelijken eiste dat zij naar beste vermogen een toereikend niveau van AI-geletterdheid zouden waarborgen, vraagt het nu om maatregelen die de ontwikkeling van AI-geletterdheid ondersteunen, met de toevoeging dat geen specifiek niveau bij enig individu vereist is. Een inspanningsverplichting in plaats van een resultaatsverplichting, en een tweede lid draagt de Commissie en de lidstaten op die inspanningen te ondersteunen, met bijzondere aandacht voor het mkb.

De plicht verdween niet. De transparantieverplichtingen uit artikel 50 zijn ongemoeid, en het uitstel elders gaat over hoog-risicosystemen en niet over de basis. Onze AI Act-checklist voor het mkb zet op een rij wat een bedrijf van deze omvang moet doen. Het punt is smaller: de meest genoemde reden om van AI af te zien is inmiddels ook waar de wetgever de lidstaten om hulp aan het mkb vroeg.

Wat doet u dit kwartaal met twee tot tien medewerkers?

Vijf stappen, in deze volgorde, en de volgorde ís het advies.

  1. Benoem de drie taken die deze maand de meeste uren opslokten. Niet "administratie". Benoem ze: uren najagen voordat er gefactureerd kan worden, orderbevestigingen overtypen, dezelfde zes klantvragen beantwoorden. Kunt u ze niet benoemen, dan is dat week één en geen reden om software te kopen.
  2. Toets uw gevoel aan waar vergelijkbare bedrijven AI voor inzetten. Onder microbedrijven die AI gebruiken waren de doelen marketing of verkoop 32,7 procent, administratieve processen of bestuurstaken 25,9, onderzoek en ontwikkeling 23,4, productieprocessen 15,4, boekhouding 12,9, ICT-beveiliging 6,5 en logistiek 2,3. Eén detail: onderzoek en ontwikkeling is het enige doel waarbij de kleinste bedrijven vooroplopen, met 26,6 procent bij twee werkzame personen tegen 21,9 bij vijf tot negen.
  3. Bepaal de datagrens vóórdat u een tool kiest. Welke taken raken persoonsgegevens, vertrouwelijk klantmateriaal of prijzen die u niet onversleuteld zou mailen? Dat antwoord beperkt de shortlist, en nu kiezen doet minder pijn dan later terugdraaien.
  4. Geef één taak vier weken begeleide proeftijd. Een mens controleert elke uitkomst, en iemand telt de uitzonderingen. Vier weken getelde uitzonderingen zeggen meer dan welke demonstratie ook, en zetten "gebrek aan ervaring" om in bewijs. Kiezen welk proces als eerste aan de beurt is verdient meer aandacht dan het kiezen van de tool.
  5. Vraag pas dán welke vorm het antwoord aanneemt. Een functie die u al bezit, een tool die u koopt, of een koppeling met het systeem waar uw bedrijf op draait. Voor de meeste Nederlandse bedrijven van deze omvang gaat die laatste vraag over AI laten praten met Exact, AFAS of e-Boekhouden, en daar komt het incompatibiliteitscijfer in eerste instantie vandaan.

Niets hiervan vraagt in week één om een budgetbesluit, en dat is het punt. De CBS-cijfers zeggen dat de bedrijven die afhaakten dat vooral deden om redenen die een maand begeleid werk zou beantwoorden. Wilt u die maand liever niet gokkend doorbrengen: dit is het soort vraag dat wij beantwoorden voor bedrijven van uw omvang, en vaak genoeg luidt het antwoord dat één van uw drie taken het waard is en twee niet.

Laatst bijgewerkt op 16 september 2026. CBS-cijfers gepubliceerd op 16 maart 2026 over verslagjaar 2025; die cijfers zijn voorlopig.

Veelgestelde vragen

Geldt de AI-verordening ook voor een bedrijf met minder dan tien medewerkers?

Ja. De AI-verordening koppelt verplichtingen aan de rol die u vervult en aan het risico van het systeem, niet aan uw personeelsomvang. Een bedrijf van twee mensen dat een AI-systeem inzet is gebruiksverantwoordelijke met dezelfde basisplichten als een bedrijf van tweeduizend, inclusief de AI-geletterdheidsplicht in artikel 4 zoals herschreven door Verordening (EU) 2026/1744 en de transparantieplichten in artikel 50. Wat omvang wél verandert is de proportionaliteit: de geletterdheidsplicht houdt uitdrukkelijk rekening met kennis, ervaring en context van de betrokkenen, en de omnibus voegde een lid toe waarin de Commissie en de lidstaten wordt gevraagd juist het mkb te ondersteunen. Verplichtingen voor hoog-risicosystemen zijn uitgesteld tot december 2027 voor bijlage III en augustus 2028 voor bijlage I, maar de meeste kleine bedrijven raken een hoog-risicosysteem sowieso nooit aan.

Wat betekent "text mining" in de CBS-cijfers?

Het is de enquêtecategorie voor technologie die geschreven taal analyseert: een document lezen en er gestructureerde betekenis uit halen. In de praktijk gaat het om het samenvatten van een lange mailwisseling, het classificeren van binnenkomende berichten, het uitlezen van de velden op een inkoopfactuur of orderbevestiging, en zoeken in uw eigen documenten op betekenis in plaats van op trefwoord. Het was in 2025 de meest gebruikte AI-technologie onder Nederlandse microbedrijven met 9,8 procent, ongeveer drie procentpunt hoger dan een jaar eerder, en het is de categorie die het vaakst al aanstaat in software waarvoor u betaalt. Natural language generation, met 6,5 procent de tweede categorie, is de schrijvende helft: een antwoord, een producttekst of een samenvatting opstellen.

Is AI de moeite waard als we maar met z’n tweeën zijn?

De CBS-cijfers beantwoorden dat niet voor úw bedrijf, maar ze laten wel zien dat bedrijven van twee mensen geen verloren zaak zijn. Van de bedrijven met twee werkzame personen gebruikte 11,6 procent in 2025 AI, en die gebruikers waren goed voor 10,8 procent van de omzet in die grootteklasse, tegen 21,5 procent bij gebruikers onder bedrijven met vijf tot negen werkzame personen. Dat omzetaandeel loopt mede op doordat het gebruik zelf oploopt met de omvang, dus dit is samenhang en geen bewijs dat AI die omzet maakte. Wat de cijfers wél laten zien is dat de kleinste bedrijven niet structureel buitenspel staan: het enige doel waarbij zij vooroplopen is onderzoek, ontwikkeling en innovatie, met 26,6 procent van de AI-gebruikers met twee werkzame personen. De eerlijke toets bij twee mensen is of één terugkerende taak genoeg uren per maand kost om vier weken begeleide proef te rechtvaardigen.

Heb ik een datawarehouse of eigen data nodig voordat ik kan beginnen?

Niet voor de dingen waarvoor microbedrijven AI daadwerkelijk gebruiken. Text mining en taalgeneratie, de twee dominante categorieën, werken op de documenten en berichten die u al in uw mailbox en administratie heeft. Een datawarehouse wordt pas relevant als u iets uit historie wilt voorspellen, en dat is een veel kleiner deel van wat kleine bedrijven met AI doen. De praktische voorwaarde is veel saaier: de taak moet vaak genoeg voorkomen om te kunnen meten, en de invoer moet vindbaar zijn. Liggen de orderbevestigingen die u wilt laten uitlezen in drie mailboxen en kan niemand zeggen welke leidend is, dan ís dat het project, en dat project is de moeite waard of er nu AI op volgt of niet.

Waarom noemen zoveel kleine bedrijven privacy als ze alleen tekst samenvatten?

Omdat juist bij het samenvatten van tekst persoonsgegevens opduiken. Een mailwisseling met een klant, een sollicitatie, een zorgrapportage of een dossier is persoonsgegeven zodra het leesbaar is, en het in een gehoste dienst plakken is een verwerking waarover u verantwoording moet kunnen afleggen. Daarom klom privacy van 34,1 naar 48,8 procent onder microbedrijven die van AI afzagen, en daarom zit het in gezondheid en welzijn ongewoon dicht achter gebrek aan ervaring, met 60,6 tegen 71,1 procent. De oplossing is niet vermijden. Het is vooraf bepalen welke categorieën documenten in welk systeem mogen, een verwerkersovereenkomst regelen die subverwerkers en opslagregio benoemt, en een schriftelijke toezegging krijgen dat uw inhoud niet wordt gebruikt om de modellen van de leverancier te trainen. Die drie antwoorden ruimen het grootste deel op van wat dat cijfer meet.
Onze AI-diensten AI-consultancy AI-automatisering AI-agents AI-implementatie Prijzen

Iets hiervan toepassen in uw bedrijf?

Wij maken van deze concepten werkende tools: gegrond, veilig en meetbaar. Begin met een gratis consult.

Gratis consult boeken →