Een AI-verplichting meet gebruik, en over gebruik bestond nooit twijfel. Ze zegt niets over de vraag of degene die de tool opende doorhad dat het antwoord niet klopte, en juist dat bepaalt of AI iets heeft opgeleverd. Overweegt u om uw team te verplichten AI te gebruiken, dan is die beslissing beperkter dan ze lijkt, staat er minder bewijs achter dan de krantenkoppen suggereren, en zit er in Nederland een juridische laag onder die in vrijwel alle adviezen ontbreekt.
Deze vraag krijg ik in 2026 vaker dan ik had verwacht, en hij komt bijna altijd in dezelfde vorm binnen. Iedereen heeft een licentie. De helft opent hem nooit. Moet ik het dan maar verplicht stellen. Dat is een redelijke vraag van een directeur die twee keer voor hetzelfde heeft betaald: één keer in software en één keer in de tijd die niemand aan leren besteedde. Het is ook het moment waarop een AI-project ophoudt een technologiebeslissing te zijn en een managementbeslissing wordt.
Wat meet een AI-verplichting eigenlijk?
Er worden drie dingen geteld zodra een bedrijf AI-gebruik verplicht stelt: uitgegeven licenties, geopende sessies en verstuurde prompts. Alle drie zijn input, en aan alle drie voldoet iemand zonder dat er iets verandert aan hoe het werk gebeurt.
Het helpt om uit elkaar te halen wat een werkgever wel en niet kan eisen. U kunt input eisen: dat het eerste concept van elke offerte door de tool gaat. Iemand heeft dat gedaan of niet. U kunt een norm voor de uitkomst eisen: dat de offerte die de deur uit gaat klopt, ongeacht wie of wat hem heeft opgesteld. Ook dat is waarneembaar, want een verkeerde offerte heeft gevolgen. Wat u niet kunt eisen, is het stuk ertussen: iemand die een vlotte, geloofwaardige alinea leest en concludeert dat die niet klopt. Dat is oordeelsvermogen, en oordeelsvermogen reageert niet op instructies. Het reageert op de vraag of iemand de context heeft om de fout te zien, de tijd om te kijken en het gezag om nee te zeggen.
Een verplichting rust volledig op de eerste van die drie. Ze levert een cijfer op dat omhoog gaat, laat de tweede onbekeken en raakt de derde niet aan. Elke keer dat mij is gevraagd een gebruikscijfer op te krikken, begon het nuttige deel van het gesprek toen we het niet meer over dat cijfer hadden.
Waarom de cijfers over weerstand waarschijnlijk niet over uw bedrijf gaan
Er is veel enquêtemateriaal over AI-verplichtingen die misgaan. Het meeste komt van leveranciers, en dat leest u beter verder dan de kop. State of Digital Adoption 2026 van WalkMe, in april gepubliceerd, liet zien dat 54% van de ondervraagde werknemers in de voorgaande dertig dagen minstens één keer om de AI-tools heen was gegaan en een taak met de hand had afgemaakt. Nog eens 33% had AI helemaal niet gebruikt. Negen procent vertrouwde AI bij complexe, bedrijfskritische beslissingen, tegenover 61% van de bestuurders.
Lees daarna de verantwoording. Drieduizend zevenhonderdvijftig respondenten in veertien landen, van wie zo'n tweeduizend werknemer, allemaal bij ondernemingen met duizend of meer medewerkers. Dat is een echte bevinding over een echt soort bedrijf, maar niet over een kantoor van vijfentwintig mensen, en het verschil zit niet alleen in de omvang.
In een organisatie van duizend man is het negeren van een verplichting anoniem. U kunt één van die vierenvijftig procent zijn zonder dat iemand weet wie, en precies daarom antwoorden mensen zo eerlijk in een enquête. In een bedrijf van vijfentwintig is weigeren zichtbaar. Iedereen weet wie waar zit en wie wat verstuurt. Dus weigert niemand. Ze openen de tool, plakken de vraag erin, lezen het antwoord, sluiten het tabblad en doen het werk zoals in maart. Het dashboard blijft het hele kwartaal groen.
Zo gaat het in een klein bedrijf echt mis, en geen enkel cijfer dat een verplichting oplevert laat dat zien. Daarom zeg ik dat AI-adoptie strandt in het organogram en niet in de code. Een verplichting komt nooit bij het organogram. Ze komt bij het licentieoverzicht.
Hoeveel AI gebruiken de mensen die de verplichting opleggen zelf?
Het nuttigste cijfer dat ik dit jaar las, gaat helemaal niet over werknemers. In Firm Data on AI (NBER working paper 34836) legden onderzoeksteams van de Federal Reserve Bank of Atlanta, de Bank of England, de Deutsche Bundesbank en Macquarie University tussen november 2025 en januari 2026 dezelfde vragen voor aan bijna zesduizend bestuurders, grotendeels CEO's, CFO's en senior finance managers. Negenenzestig procent van de bedrijven meldde enige vorm van AI-gebruik. Ruim twee derde van die bestuurders gebruikte zelf AI in een gemiddelde week. Over alle bestuurders samen, inclusief het kwart dat het nooit deed, kwam dat neer op zo'n anderhalf uur.
Negentig minuten per week. Dat is een volstrekt redelijke hoeveelheid voor iemand wiens week grotendeels uit overleg bestaat. Het is fors minder dan wat de meeste verplichtingen stilzwijgend verwachten van de mensen die ze opgelegd krijgen.
Datzelfde onderzoek bevat het cijfer dat iedereen zou moeten afremmen voordat zo'n memo de deur uit gaat. Ruim negentig procent van die bestuurders zag over de afgelopen drie jaar geen effect van AI op de werkgelegenheid, en 89% zag geen effect op de arbeidsproductiviteit, gemeten als omzet per medewerker. Het paper komt uit op een gemelde productiviteitswinst van 0,29% over die drie jaar. Vooruitkijkend verwachten diezelfde mensen dat AI de arbeidsproductiviteit in de komende drie jaar met 1,4% verhoogt.
Eerlijk gelezen is dat geen verhaal over falende AI. Het gaat over een technologie die nog niet zichtbaar is in de cijfers van de mensen die deze bedrijven leiden, terwijl diezelfde mensen verwachten dat het zover komt. Dat is een verdedigbare positie. Ze is lastig om te zetten in een verplichting voor iemand anders, want u vraagt uw team vandaag te handelen naar een verwachting die uw eigen cijfers nog niet dragen. Eén kanttekening: het onderzoek ging over de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Australië, zonder Nederlandse bedrijven.
Mag een Nederlandse werkgever het gewoon verplichten?
Meestal wel, en dat verrast mensen aan beide kanten.
Artikel 7:660 van het Burgerlijk Wetboek verplicht een werknemer zich te houden aan de voorschriften over het verrichten van de arbeid en over de goede orde in de onderneming, gegeven binnen de grenzen van algemeen verbindende voorschriften of van de overeenkomst. Dat is het instructierecht, hetzelfde artikel waarop ook de regels over e-mail- en internetgebruik, kleding en beschermingsmiddelen berusten. Een regel die zegt dat het eerste concept van een offerte in een bepaald systeem ontstaat, past daar zonder moeite in. De buitengrenzen zijn de arbeidsovereenkomst, goed werkgeverschap uit artikel 7:611, en de bindende regels waarbinnen de instructie moet blijven, wat voor alles wat klant- of personeelsgegevens raakt de AVG betekent.
De juridische vraag is dus zelden of het mag. De vraag is wat u er verder bij hebt ingeschakeld. Zodra de verplichting komt met een overzicht van wie welke tool hoe vaak gebruikte, bent u van een instructie over het werk overgestapt op een voorziening waarmee prestaties kunnen worden waargenomen, en dan geldt een ander stuk Nederlands recht. Ik schreef apart over waar de ondernemingsraad wel en niet in beeld komt bij een AI-regel, dus hier alleen de praktische versie: bepaal eerst of u een tool invoert of een meting van mensen opzet, want het papierwerk verschilt.

België is een ander land met een andere regel, en dit is een van de plekken waar het duur wordt om dat door elkaar te halen. Op grond van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 39 van 13 december 1983 moet een werkgever die gemiddeld minstens vijftig werknemers in dienst heeft en die investeert in een nieuwe technologie met belangrijke collectieve gevolgen voor de werkgelegenheid, de werkorganisatie of de arbeidsvoorwaarden, uiterlijk drie maanden voor het begin van de invoering schriftelijke informatie geven en overleggen met de werknemersvertegenwoordigers. Gevolgen gelden als belangrijk en collectief wanneer 50% en ten minste tien werknemers van een bepaalde beroepscategorie geraakt worden, of van de betrokken categorieën samen als die samen minder dan honderd werknemers tellen. De sanctie is evenmin theoretisch. Een werkgever die de procedure oversloeg, mag de arbeidsovereenkomst niet eenzijdig beëindigen, tenzij hij bewijst dat de reden niets met die technologie te maken had; die bewijslast ligt bij hem vanaf de dag waarop de informatie had moeten zijn verstrekt tot drie maanden na de inwerkingstelling. Beëindigt hij de overeenkomst toch, dan is hij drie maanden brutoloon verschuldigd bovenop de gewone vergoedingen. Een vergelijkbare termijn vooraf, met een ontslagsanctie eraan vast, kent het Nederlandse recht niet.
Ik ben geen jurist en dit is geen juridisch advies. Raakt uw verplichting aan controle of personeelsgegevens, haal er dan wel een bij.
Wat de AI-verordening wel van u vraagt, en wat niet
Er bestaat op dit terrein één verplichting, en die wijst de andere kant op. Artikel 4 van de AI-verordening vraagt aanbieders en gebruiksverantwoordelijken iets te doen aan de AI-geletterdheid van hun personeel. De Digital Omnibus on AI, Verordening (EU) 2026/1744, aangenomen op 8 juli 2026 en van kracht sinds 27 juli, heeft dat artikel herschreven. De plicht was: naar beste vermogen zorgen voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid. De plicht is nu: maatregelen nemen die de ontwikkeling van die geletterdheid ondersteunen, en u hoeft geen bepaald niveau per medewerker meer te garanderen.
Dat is lichter dan het was. Het blijft een plicht, en die gaat over wat mensen kunnen. Nergens in dat artikel staat, niet voor en niet na de herschrijving, dat iemand een AI-systeem moet gebruiken. De wet vraagt u mensen in staat te stellen. Een verplichting vraagt van hen dat ze gehoorzamen, en dat is het minst dure substituut voor wat de verordening werkelijk vraagt. Gaat het in werkelijkheid om de vraag waarom mensen die de tool kunnen gebruiken dat niet doen, dan gaat het over kunnen en over vertrouwen, en daarover heb ik eerder betoogd dat de meeste bedrijven niet het AI-vaardighedentekort hebben dat ze denken te hebben.
Wat ik een directeur in plaats daarvan laat eisen
Drie dingen, alle drie afdwingbaar, en alle drie verleggen ze de bewijslast naar een nuttiger plek.
Een. Eis de poging voor één benoemde taak, niet voor het werk als geheel. "Elke binnenkomende offerteaanvraag gaat eerst door de conceptstap voordat iemand er met de hand aan begint" is een regel die u kunt controleren, en die iemand kan volgen terwijl hij het er niet mee eens is. "Gebruik meer AI" is geen van beide. Een benoemde taak levert u bovendien iets wat een gebruikscijfer nooit oplevert: een noemer. U weet hoeveel aanvragen er binnenkwamen, dus u weet welk aantal eruit hoort te komen.
Twee. Eis de controle, en zet er een naam bij. Wie of wat de tekst ook heeft geschreven, één persoon verstuurt hem en die persoon staat ervoor. Dat klinkt vanzelfsprekend en blijft het vaakst onuitgesproken, waarmee u een team krijgt dat stilletjes concludeert dat de tool nu verantwoordelijk is. Dat is niet zo, en het hardop zeggen is meer waard dan welk beleidsstuk ook.
Drie. Eis de terugkoppeling, met een datum erop en een uitgang erin. Vier weken, één A4, drie regels: wat ging er goed, wat ging er mis, en wat zou waar moeten zijn om dit te willen houden. Zeg vooraf dat "stoppen" een van de toegestane antwoorden is. Een verplichting zonder uitgang is geen proef. Het is een besluit dat u al genomen hebt en waarvoor u anderen om een handtekening vraagt, en mensen voelen dat verschil.
Het punt is beperkt. Een verplichting vraagt de medewerker te bewijzen dat hij meedeed. Dit vraagt de tool te bewijzen dat hij zijn plek verdiende. Het eerste levert een cijfer op dat u had kunnen voorspellen. Het tweede levert een argument op waarmee u iets kunt, inclusief het argument dat u ermee moet stoppen.
Wat telt u dan wel, in plaats van licenties en prompts?
Niets hiervan is moeilijk. Het kost ongeveer tien minuten per week, en dat is de prijs van weten.
- Herstelwerk op de benoemde taak: hoe vaak de uitkomst terugkwam, herschreven werd of gecorrigeerd door degene die haar kreeg. Dit cijfer beweegt als eerste zodra een tool echt werkt.
- Tijd van aanvraag tot verzending: van begin tot eind gemeten, niet tot het eerste concept. Het concept werd sneller. Het versturen is wat u factureert.
- De uitzonderingenlijst: waarvoor niemand de tool gebruikte, en waarom niet. In mijn ervaring is dit het leerzaamste dat de exercitie oplevert.
- Of er een tweede taak op volgde: één persoon die uit zichzelf een tweede toepassing vindt, zegt meer dan vijftig mensen die een norm halen.
- Eén eerlijke zin per persoon na vier weken: geen formulier en geen cijfer van één tot tien. Eén zin, van degene die ermee werkte.
Voor de uitgebreide versie heb ik eerder geschreven over wat u in een AI-pilot moet meten. En heeft niemand in het bedrijf de uren om dit fatsoenlijk te doen, dan is dat iets om te weten voordat u nog iets aanschaft. Meestal is dat het punt waarop een gerichte trainingsronde voor het team meer oplevert dan de zoveelste licentie.
Wanneer is een verplichting wel de juiste keuze?
Ik vind verplichtingen niet altijd verkeerd. Er zijn twee gevallen waarin ik er zelf een zou opschrijven. Het eerste is wanneer de eis een verbod is: geen klantgegevens, geen personeelsdossiers en geen ongepubliceerde cijfers in een tool die niet op de goedgekeurde lijst staat. Dat is handhaafbaar, en het is precies de vorm waar een verplichting goed in is. Het tweede is wanneer de tool het bronsysteem is geworden. Gebeurt het offreren voortaan in het offertesysteem, dan is "gebruik het" helemaal geen AI-verplichting. Het is een proceswijziging met een AI-component, en proceswijzigingen horen verplicht te zijn.
Het eerlijke tegenargument verdient een plek. Genoeg managers zullen u vertellen dat er zonder duwtje niets beweegt, en over traagheid hebben ze geen ongelijk. De bestuurders in de steekproef van WalkMe neigden diezelfde kant op: 62% vond het risico van niet-goedgekeurde schaduw-AI overdreven naast het risico dat een bedrijf überhaupt te weinig uit AI haalt. Duwen is verdedigbaar. Mijn stelling gaat minder ver dan "niet duwen". Ze luidt dat een duwtje en een meetlat verschillende dingen zijn, en dat u er niets meer van leert zodra dat duwtje een streefcijfer krijgt.
De versie die niemand opschrijft
De ongemakkelijke lezing van de meeste AI-verplichtingen is dat een bedrijf ze opschrijft wanneer het geld al is uitgegeven en nog niet duidelijk is of dat verstandig was. Het is geen antwoord op de vraag, want het cijfer dat zo'n verplichting oplevert is het cijfer dat u al had.
Zit u in die positie, dan is dit de minder dure zet: kies één taak, zet er vier weken op, noem de persoon die beslist, en schrijf vooraf op wat voor u reden zou zijn om te stoppen. Na die maand weet u meer dan een jaar gebruiksrapportages u zou hebben verteld, en blijkt die taak de verkeerde, dan bent u vier weken kwijt en weet u waar u wel moet beginnen.
Laatst bijgewerkt op 22 september 2026.
Een consultant zegt waar AI loont; Crux Digits bouwt het ook. Vaste prijs per stap, één vaste expert, vanuit Utrecht.
AI-consultancy in Nederland →