Stelt u in België 50 of meer werknemers te werk en staat u op het punt een AI-tool bij uw medewerkers uit te rollen, dan kan CAO nr. 39 van 13 december 1983 u verplichten uw werknemersvertegenwoordiging schriftelijk te informeren en te raadplegen, ten minste drie maanden vóór de uitrol begint. Die verplichting geldt los van wat de AI Act uitstelt, ze vraagt niet of uw systeem hoogrisico is, en zij is de datum waar uw projectplanning op draait.
Dit stuk is geschreven voor de IT-manager, IT-directeur, CIO of security officer bij een Belgische organisatie van ongeveer 250 tot 5.000 medewerkers, waar één beroepscategorie de drempel op eigen kracht kan halen.
Welke Belgische regel bepaalt uw AI-uitroldatum?
CAO nr. 39 werd op 13 december 1983 gesloten in de Nationale Arbeidsraad en trad in werking op 1 februari 1984. Ze is interprofessioneel van opzet, zodat ze in beginsel de hele Belgische privésector bereikt. Artikel 1 §1 bepaalt het toepassingsgebied: werkgevers die gewoonlijk gemiddeld ten minste 50 werknemers tewerkstellen in het kalenderjaar vóór het moment waarop de informatie verschuldigd is.
Artikel 2 §1 is de bepaling die telt. Heeft de werkgever beslist te investeren in een nieuwe technologie met belangrijke collectieve gevolgen voor de werkgelegenheid, de arbeidsorganisatie of de arbeidsvoorwaarden, dan moeten informatie en overleg starten uiterlijk drie maanden vóór het begin van de inplanting van die technologie. Artikel 3 §1 bepaalt dat de informatie schriftelijk is, en somt vier elementen op die ze moet dekken. Daar komen wij hieronder op terug.
België schreef zijn overlegregel voor nieuwe technologie vier decennia vóór iemand een AI-verordening ontwierp, tijdens de automatiseringsgolf. Ze is nooit opgeheven en ze is ruim genoeg geschreven om ongewijzigd een taalmodel te bereiken. Belgische arbeidsrechtspecialisten zeggen dat al een tijd: Crowell zette CAO 39 naast de AI Act in februari 2026, en het Gentse kantoor commit werkte de mechaniek uit in maart. Terecht. Wat ontbreekt is het rekenwerk op een echte uitrol en de datumlijn.
Wanneer haalt een AI-uitrol de drempel van CAO 39?
Artikel 2 §2 omschrijft "belangrijk en collectief": de gevolgen tellen wanneer ze 50% en minstens tien werknemers van een bepaalde beroepscategorie raken. Geraakte werknemers zijn volgens de commentaar zij die de nieuwe technologie moeten gebruiken in gewijzigde arbeidsvoorwaarden of een gewijzigde arbeidsorganisatie, en zij die hun job verliezen of worden overgeplaatst. Tellen de betrokken categorieën samen minder dan 100 werknemers, dan worden de drempels over die categorieën samen gemeten in plaats van afzonderlijk.
Leg dat naast een echte organisatie. Neem een onderneming van 800 FTE met een klantendienst van 60 medewerkers. Zet een assistent in de werkstroom van 38 van hen en verander hoe zij werken: 63% van de categorie en ruim meer dan tien personen, dus u valt eronder. En dan het geval dat mensen verrast: een pilot over vijf afdelingen met telkens acht gebruikers. Vijf teams van 30 tellen samen 150 werknemers, dus wordt elke categorie apart gemeten en is acht op dertig 27%, onder de lijn. Vijf teams van 16 tellen samen 80, dus minder dan 100, en dan meet artikel 2 §2 ze samen — 40 op 80 is de helft van de basis en ruim meer dan tien werknemers. Dezelfde pilot, aan weerszijden van de drempel.
Dat is het stuk om mee te nemen, want het is contra-intuïtief voor wie in licenties rekent. De drempel wordt per beroepscategorie berekend op gewijzigde arbeidsvoorwaarden, niet op aangekochte zetels. Een aankoop voor 2.000 mensen over de hele tenant kan onder de lijn blijven, terwijl een uitrol van 40 zetels in één afdeling eroverheen gaat. Welke groepen een "beroepscategorie" vormen, is betwist en geen beslissing voor IT. Maar u bent de enige die weet wiens werk verandert, en daarom loopt het rekenwerk vast zonder HR en u in dezelfde kamer.
Is de informatieplicht uit de AI Act opgeschoven, en helpt dat u?
Artikel 26(7) van de AI Act bepaalt dat gebruiksverantwoordelijken die werkgever zijn, vóór de ingebruikname of het gebruik van een hoogrisico-AI-systeem op de werkplek, de werknemersvertegenwoordiging en de betrokken werknemers moeten informeren dat zij eraan onderworpen zullen zijn. Die verplichting gold vanaf 2 augustus 2026. Vervolgens verschoof Verordening (EU) 2026/1744, de Digital Omnibus inzake AI, gepubliceerd op 24 juli 2026 en van kracht sinds 27 juli, de hoogrisicoverplichtingen uit bijlage III naar 2 december 2027, en bijlage I-systemen naar 2 augustus 2028.
Artikel 26 staat in hoofdstuk III, afdeling 3, en het gewijzigde artikel 113 stelt de afdelingen 1 tot 3 van dat hoofdstuk uit, artikel 6(5) uitgezonderd — op de tekst zelf is artikel 26(7) dus meegeschoven, en het dossier van ActuIA van oktober 2026 leest het zo. Het EU-overzicht van Crowell over AI en HR, in februari geschreven toen de Omnibus nog een voorstel was, stelde dat de plicht geldt ongeacht enig uitstel; die lezing dateert van vóór de aangenomen tekst. Hangt uw kalender daarvan af, leg het dan bij uw raadsman, maar reken niet op de vroegere datum.
Voor een Belgische werkgever is dit bijna academisch, en dat is het praktische punt van dit stuk. CAO 39 hangt niet van een risicoklasse af: een assistent die niemand hoogrisico zou noemen, haalt CAO 39 nog steeds wanneer de arbeidsvoorwaarden wijzigen voor de helft van een categorie en minstens tien mensen. De gewijzigde AI-geletterdheidsplicht van artikel 4 geldt intussen al sinds 2 februari 2025 en werd niet uitgesteld. Het uitstel kocht u tijd voor documentatie. Tijd voor overleg kocht het u niet.
Wat leren de Franse uitspraken een Belgische IT-manager?

Frankrijk is de voorlopende indicator, omdat zijn grond "nieuwe technologieën" in artikel L. 2312-8 nauw verwant is met CAO 39 en Franse vakbonden er over procederen. Het dossier van ActuIA van 7 oktober 2026 telt negen uitspraken in zes zaken tussen februari 2025 en september 2026 — waaronder ChatGPT en een interne assistent die de rechtbank van Créteil in juli 2025 bij twee dochterondernemingen opschortte, in mei 2026 in beroep in Parijs bevestigd.
De uitspraak om te lezen gaat net de andere richting uit. De Tribunal judiciaire de Paris oordeelde in kort geding op 10 februari 2026 (nr. 25/57412) dat een uitrol van Copilot 365 geen "belangrijk project" was waarvoor overleg nodig is: het ging om een vrijwillige test van vier maanden, er was nog geen beslissing over volledige uitrol genomen, geen specifieke taken of werkposten werden geviseerd, en er was opleiding voorzien. De rechter voegde toe dat hogere productiviteit op zich geen risico voor gezondheid en veiligheid oplevert.
Het ontwerp van de pilot bepaalt dus of de klok begint te lopen. Een pilot met een vaste einddatum, werkelijk vrijwillig en zonder hertoewijzing van taken, kan buiten de plicht blijven; een die lang genoeg loopt om de ondernemingsraad voor een voldongen feit te plaatsen, niet. CMS trekt de conclusie die wij toch al zouden trekken: informeer de vertegenwoordiging vóór de test start, en de vraag naar formeel overleg tijdens de test verdwijnt meestal.
Dit zijn Franse uitspraken onder Frans procesrecht, en wij vonden geen vergelijkbare Belgische rechtspraak. Ze tonen waar het argument landt, niet wat een Antwerpse of Brusselse rechter zal oordelen.
Wat zet u in de schriftelijke informatie, en wie krijgt ze?
De vier elementen van artikel 3 §1, geschreven zoals een IT-organisatie ze echt kan invullen:
- Aard van de technologie. Welk systeem, welke data het bereikt, welke modelleverancier erachter zit, en of het beslist of enkel voorstelt.
- Redenen. De business case, in zijn eigen taal. Artikel 3 §2 laat u de economische, financiële of technische redenen weglaten wanneer bekendmaking de onderneming ernstig zou schaden — de sociale gevolgen blijven hoe dan ook staan.
- Aard van de sociale gevolgen. Welke taken wijzigen, welke niet, en of een functie krimpt. Is er geen plan tot jobverlies, schrijf dan dat er geen plan tot jobverlies is.
- Termijnen. Pilotdata, go-live, en de opschalingsstappen daarna.
Artikel 5 bepaalt de bestemmelingen: de informatie gaat naar de ondernemingsraad, of bij ontstentenis naar de vakbondsafvaardiging. Het overleg gebeurt vervolgens in de ondernemingsraad, het CPBW of de vakbondsafvaardiging, afhankelijk van het onderwerp. Daar struikelt men over een drempel. Een Belgische ondernemingsraad is pas verplicht vanaf gemiddeld 100 werknemers, terwijl de CPBW-drempel op 50 ligt — een vestiging onder de 100 mensen kan dus volop onder CAO 39 vallen zonder enige ondernemingsraad.
Artikel 4 somt op wat het overleg moet dekken: de vooruitzichten en de structuur van de werkgelegenheid, de voorgenomen maatregelen inzake werkgelegenheid, de arbeidsorganisatie en arbeidsvoorwaarden, gezondheid en veiligheid, en de beroepsbekwaamheid met opleiding of omschakeling. Dat laatste punt is waar uw plan voor AI-geletterdheid en opleiding thuishoort. Het is dezelfde vergadering. Breng één document mee, geen twee.
Wat doet CAO 39 met uw projectplanning, en wat kost overslaan?
Artikel 6 §1 is de sanctie, en ze is scherper dan de procedure laat vermoeden. Een werkgever die de procedure niet heeft gevolgd, mag geen handeling stellen die ertoe strekt de arbeidsovereenkomst eenzijdig te beëindigen, behalve om redenen die vreemd zijn aan de nieuwe technologie — en hij draagt daarvan de bewijslast vanaf de dag waarop de informatie verschuldigd was tot drie maanden na de inwerkingstelling van de technologie. Buiten die periode draagt de werknemer ze. Artikel 6 §2 voegt een forfaitaire vergoeding van drie maanden brutoloon toe, bovenop de gewone opzeggingsvergoeding.
Lees dat als projectrisico en het verandert van vorm. Het venster staat minstens zes maanden rond go-live open, en langer wanneer de inplanting op go-live vooruitloopt, en wat het opent is een gemiste informatiedatum, niet de AI. Elke reorganisatie erbinnen erft een omgekeerde bewijslast. Plant HR een herstructurering in hetzelfde jaar als uw uitrol, dan hebben die twee plannen één datumlijn nodig, geen twee.
De volgorde die wij aanhouden, met de drie maanden als anker: bepaal eerst welke beroepscategorieën geraakt worden, haal het rekenwerk per categorie bij HR, en zet dan de informatiedatum drie maanden vóór het begin van de inplanting — niet vóór go-live. De inplanting begint eerder dan het wijzigingsvenster dat uw CAB ziet, en in dat gat gaat de datum verloren.
Eén lijn over de vergelijking, want veel groepen hier draaien beide landen. In Nederland geeft artikel 27 WOR de ondernemingsraad een instemmingsrecht over bepaalde regelingen, zonder dat daar een vaste termijn aan vastzit. In België geeft CAO 39 informatie en overleg met een harde aanloop van drie maanden en geen vetorecht. Nederlandse route: u hebt mogelijk een ja nodig. Belgische route: u hebt drie maanden nodig. Een groep die het Nederlandse draaiboek op een Vlaamse vestiging uitvoert, heeft het gesprek wél en mist de datum alsnog.
Wie is eigenaar van de zin uit artikel 3 §1?
U hebt een ICT-partner, of een intern team, of beide. CAO 39 is niet hun werk en niet hun aansprakelijkheid, en geen sales engineer van een leverancier kaart het aan. Wij werken naast uw bestaande ICT-partner in plaats van hem te vervangen — wij doen geen ICT-beheer, infrastructuur of support van uw omgeving — en op deze scheidslijn komen wij steeds terecht. De AI-leverancier weet wat het systeem aan het werk verandert; HR weet wat de wet vraagt; niemand is eigenaar van de zin die beide verbindt, en die zin is artikel 3 §1. Schrijf hem met beide partijen in de kamer, en de Belgische route kost u een vergadering in plaats van een kwartaal. Vraagt het rekenwerk een tweede paar ogen, dan is dat wat wij in België doen.
Laatst bijgewerkt: 8 oktober 2026. Juridische drempels en AI Act-data op die datum nagekeken tegen de hierboven gelinkte bronnen. Dit is een informatief stuk en geen juridisch advies — uw sociaaljuridisch adviseur bepaalt wat uw beroepscategorieën zijn.
Een consultant zegt waar AI loont; Crux Digits bouwt het ook. Vaste prijs per stap, één vaste expert, en de Belgische regels en steunmaatregelen meegenomen.
AI-consultant in België →

